Samouni Street

20 Jul

Gaza City, 13 juli 2010

Even buiten Gaza City, in de buurt Zeitoun, ligt Samouni Street. De straat draagt deze naam omdat ze bijna uitsluitend bewoond wordt door de uitgebreide Al Samouni familie.
Ik ga er heen met Vittorio, een Italiaanse vredesactivist. Hij kent de straat, hij was er vaak eind januari 2009.
Wanneer we uit de taxi stappen komen de herinneringen spontaan terug. ‘Ik ruik opnieuw de geur van lijken’ zegt hij. Vittorio was hier gedurende Cast Lead en vertelt uitgebreid over het drama dat zich in deze straat afspeelde.

Op 3 januari 2009, toen de Israëlische grondtroepen de Gazastrook binnendrongen, begon hier een nachtmerrie die wellicht nooit verteerd zal worden.
De militairen trokken van huis tot huis en dwongen de 49 leden van de Samouni familie om zich in één huis te verzamelen. Het leek alsof ze dit deden om de burgers te beschermen tegen komende aanvallen maar drie dagen later werd deze woning zwaar gebombardeerd. Negenentwintig familieleden, onder wie zeven vrouwen en tien kinderen, lieten het leven. Sommigen stierven tijdens de aanslag, anderen waren zwaar gewond. Het IDF liet echter geen hulp toe in Samouni Street. Het Rode Kruis kreeg geen toelating om het gebied te betreden. Mouna, één van de overlevende kinderen, bracht drie dagen door in het puin van haar huis, naast de lijken van haar ouders en andere familieleden.

Vooraleer het IDF op 18 januari 2009 het gebied verliet walsten ze met een bulldozer het resterende puin plat.

Toen Vittorio hier eind januari aankwam leek het gebied een soort maanlandschap, alsof er net een zware aardbeving was geweest. Hij trof er mensen aan die met hun handen het puin probeerden te ruimen, nog steeds op zoek naar lichamen. In wat nog overbleef van de gebouwen zag hij graffiti: ‘Die you all’, ‘Make war not peace’, ‘Arabs 1948-2009’, ‘One is down, 999 999 to go’ waren enkele van de opschriften.

Het ontroert hem om hier terug te zijn en het laat me zelf ook niet onberoerd. Het puin is nu voor een groot deel geruimd maar het drama laat nog veel sporen na.
Wanneer Samal, een 11-jarig meisje dat nog steeds met granaatscherven in haar schedel rondloopt, me meeneemt in haar huis, zie ik veel foto’s en affiches van haar overleden familieleden. Naast de affiches hangen tekeningen, het blijken afbeeldingen van haar vader te zijn. Ze begint te vertellen, over hoe ze haar gewonde vader een beetje water wou geven, maar dat het water terug uit de kogelgaten in zijn borstkas stroomde. ‘We moesten allen wenen, we waren heel triest’, zegt ze.

Even later komt ze met een tekenblokje naar buiten, ze tekent een huis, vol mensen en lijken, en daarbuiten vijftien soldaten. Ik vraag haar of ze haar droom wil tekenen, ze zegt dat haar enige wens is om haar vader en broertje terug te zien.
Ze biedt ons thee aan, steeds met haar aandacht gericht op haar kleine zusje. Hier zorgen kinderen voor kinderen. Hier is een 11-jarige een volwassene.

Met een krop in de keel verlaten we Samouni Street.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: